WAT IS HET MEDISCH BEROEPSGEHEIM?
Artsen hebben een beroepsgeheim. Dit betekent dat een arts moet zwijgen over alles wat hij bij de uitoefening van zijn werk te weten komt over een patiënt.
WAAROM IS MEDISCCH BEROEPSGEHEIM BELANGRIJK?
Door het medisch beroepsgeheim kan iedereen erop vertrouwen dat alle informatie die je als patiënt met een arts deelt, vertrouwelijk blijft. Zo kan iedereen met een gerust hart naar een arts als dat nodig is. Ook als je wilt vertellen over die ene uit de hand gelopen ruzie of hulp zoekt bij ernstige psychische problemen.
Het beroepsgeheim zorgt ervoor dat de spreekkamer een veilige omgeving is, waar je in vrijheid informatie met een arts kan delen. En dat ook de informatie die je met een arts uitwisselt tijdens een telefoongesprek of beeldbellen vertrouwelijk blijft.
WELKE INFORMATIE VALT ONDER HET MEDISCH BEROEPSGEHEIM?
Het medisch beroepsgeheim geldt voor alle informatie die een arts over een patiënt heeft. Bijvoorbeeld gegevens die een arts tijdens onderzoeken of behandeling over een patiënt verzamelt, maar ook informatie over iemands privé-situatie en informatie die een arts via anderen over een patiënt te weten komt. Het medisch beroepsgeheim geldt ook nog na de dood van de patiënt.
WAT BETEKENT BEROEPSGEHEIM VOOR U IN DE PRAKTIJK?
Zonder directe toestemming van de patiënt waarover medische informatie wordt gevraagd mogen wij geen informatie verstrekken aan derden. De patiënt dient bij ons persoonlijk aan te geven of wij (medische) informatie mogen doorgeven en aan wie de informatie verstrekt mag worden. Dit geldt ook voor jongeren van 16 jaar en ouder. (Meer hierover kunt u hieronder lezen.) Hebben wij geen toestemming gekregen dan wordt alleen medische informatie gedeeld met de patiënt zelf.
PATIENTENRECHTEN VAN KINDEREN
Net zoals volwassenen hebben kinderen rechten in de gezondheidszorg. Patiëntenrechten van kinderen zijn vastgelegd in de Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WBGO). De patiëntenrechten gelden voor alle handelingen in de gezondheidszorg.
De wet onderscheidt drie leeftijdscategorieën in het patiëntenrecht:
- kinderen tot 12 jaar;
- kinderen van 12 tot 16 jaar;
- jongeren van 16 jaar en ouder.
KINDEREN TOT 12 JAAR
Kinderen tot twaalf jaar mogen niet zelf beslissen. Hun ouders beslissen voor hen. Wel heeft het kind recht op informatie, waarbij het kind op een voor hem begrijpelijke manier informatie krijgt over wat er gaat gebeuren tijdens de behandeling. Ouders krijgen volledige informatie, zodat zij op basis daarvan kunnen beslissen over een behandeling.
Ouders moeten toestemming geven voor de behandeling van het kind. Uiteraard zullen zij de mening van het kind wel bij hun besluitvorming betrekken. De hulpverlener zal daar ook naar vragen. Als een hulpverlener vindt dat het besluit van de ouders niet in het belang van het kind is, dan hoeft de hulpverlener de behandeling niet uit te voeren.
Als ouders toestemming voor een bepaalde behandeling weigeren en het kind komt in gevaar, dan mag de hulpverlener niet zelfstandig besluiten toch te gaan behandelen. De hulpverlener zal dan een maatregel van kinderbescherming moeten vragen. De Raad voor de Kinderbescherming zal dan benaderd moeten worden.
Ouders hebben het recht op inzage in het medisch dossier van hun kind of zij kunnen een kopie krijgen van het dossier. Wanneer inzage niet in het belang van het kind is, dan mag de hulpverlener inzage weigeren. De hulpverlener mag kinderen onder de twaalf jaar niet zelf inzage geven in het dossier. Wel kunnen ouders het dossier aan het kind laten lezen.
KINDEREN TUSSEN DE 12 EN 16 JAAR
Zowel het kind zelf als de ouders hebben recht op volledige informatie van de hulpverlener. Voor een behandeling moeten zowel het kind als de ouders toestemming geven. Wanneer het kind of de ouders de toestemming weigert, dan mag de behandeling niet plaatsvinden. Dus zowel het kind of één van de ouders kan een behandeling tegenhouden.
Stel nou voor dat het kind niet wil dat de ouders geïnformeerd worden over een bepaalde behandeling. In dat geval kunnen de ouders geen toestemming geven. De hulpverlener zal zelf moeten beslissen of hij zal behandelen of niet. De hulpverlener zal dan zelf moeten inschatten hoe goed het kind voor zichzelf kan afwegen en beslissen. Toestemming van de ouders zal in dat geval achterwege kunnen blijven. Als het kind de behandeling niet wil maar de ouders wel, dan kan niemand het kind dwingen de behandeling te ondergaan. De hulpverlener mag dan niet behandelen. De hulpverlener zal nog wel moeten nagaan of het kind de gevolgen van zijn beslissing kan overzien. De hulpverlener zal dan moeten zoeken naar een mogelijkheid die het kind wel zal accepteren.
Zowel het kind als de ouders kunnen inzage krijgen in het medisch dossier. Het kind kan dat ook alleen vragen. De hulpverlener zal dat toestaan, maar wel afhankelijk van de leeftijd en of het kind in staat is het dossier te begrijpen. In deze leeftijdsgroep zou het kind bezwaar kunnen maken tegen inzage in zijn dossier door de ouders.
JONGEREN VANAF 16 JAAR
Vanaf zestien jaar mogen jongeren zelf beslissingen nemen over hun medische behandeling. Zij hebben dezelfde patiëntenrechten als volwassenen. Jongeren kunnen zelf een hulpverlener benaderen en zelf afspraken maken over een medische behandeling. De jongere heeft recht op volledige informatie. Ouders zullen de informatie niet meer krijgen, tenzij de jongere toestemming geeft aan de hulpverlener om de informatie te delen.
Toestemming voor een behandeling geeft de jongere zelf; de toestemming van de ouders is niet meer nodig. Zelfs als de hulpverlener en de ouders een behandeling medisch noodzakelijk vinden, dient de hulpverlener de mening van de jongere te respecteren. Als de jongere een behandeling niet wil, dan zal deze niet plaatsvinden.
Inzage in het medisch dossier kan de jongere zelf vragen en heeft daarvoor geen toestemming nodig van zijn ouders. De ouders mogen het dossier van de jongere ook niet inzien indien de jongere hiervoor geen toestemming geeft.
Dit betekent dat de arts zonder toestemming van de jongere geen medische informatie aan ouders mag verstrekken.